Omgaan met de emoties van je kind
"Niet huilen, er is niks aan de hand." "Stel je niet aan, het is maar een pleister." We zeggen het vaak met de beste bedoelingen. We willen dat ons kind weer lacht, we willen hem/haar weerbaar maken of we hebben simpelweg haast. Maar hoewel we hopen dat hiermee het gedrag verdwijnt, bereiken we vaak het tegenovergestelde. Je inleven in de emoties van je kind helpt vaak een stuk beter. Lees je mee?
Het gevaar van emoties 'wegpoetsen'
Wanneer we zeggen dat er "niets aan de hand is" terwijl een kind zich wel degelijk rot voelt, ontstaat er een kortsluiting in hun hoofd. Het kind leert: Wat ik voel, klopt niet. Als dit vaak gebeurt, verliest een kind het vertrouwen in zijn eigen interne kompas. Dit kan op latere leeftijd leiden tot:
- Moeite met grenzen aangeven: als je niet hebt geleerd dat jouw gevoelens ertoe doen, hoe kun je dan voor jezelf opkomen?
- Onzekerheid: het kind zoekt buiten zichzelf naar bevestiging of een situatie 'erg' is of niet.
- Emotionele opstopping: emoties die niet geuit mogen worden, komen er vaak op een later moment dubbel zo hard (en onvoorspelbaar) uit.
De magie van erkenning
Wat gebeurt er als je wél zegt: "Ik zie dat je het lastig vindt" of "Je bent echt even heel boos, hè?"? Op dat moment voelt een kind zich begrepen. De spanning in het brein neemt direct af. In de psychologie noemen we dit 'labelen'.
Door de emotie te benoemen, help je de verbinding tussen de rechterhersenhelft (emotie) en de linkerhersenhelft (logica) te herstellen. Pas als een kind zich gehoord voelt, ontstaat er weer ruimte om na te denken over een oplossing.
Erkennen is niet hetzelfde als toegeven
Een veelvoorkomend misverstand is dat het erkennen van de emoties van je kind betekent dat je alles maar goedvindt. Niets is minder waar. Je kunt je heel goed inleven in je kind, en tegelijkertijd heel duidelijk je grenzen aangeven:
"Ik zie dat je heel boos bent dat we nu de tablet uitdoen. Dat is ook jammer, want het spelletje was net zo leuk. Maar het is nu tijd om te eten, dus de tablet gaat uit."
Hier erken je het gevoel, maar houd je vast aan de regel. Het kind leert: mijn gevoel mag er zijn, ook al krijg ik niet altijd mijn zin.
Drie tips:
- Stop met sussen. Probeer eens een dag niet te zeggen "het valt wel mee". Zeg in plaats daarvan: "Vertel eens, wat is er?"
- Kijk onder de ijsberg. Boos gedrag is vaak het topje van de ijsberg. Daaronder zit vaak angst, moeheid of teleurstelling. Benoem dat onderste deel.
- Wees een spiegel. Geef woorden aan wat je ziet. "Je kijkt een beetje verdrietig, klopt dat?"
Waarom dit werkt voor later
Een kind dat opgroeit met de wetenschap dat zijn emoties er mogen zijn, ontwikkelt een sterk fundament. Ze worden veerkrachtiger omdat ze leren hoe ze door een emotie heen kunnen bewegen, in plaats van ervoor te vluchten. Dat is de basis van een gezond zelfvertrouwen.